Eindejaarstips 10-12-2018
BRON: Wijze Raad Actueel

TAGS
Aangifte
Boekhouding
Bijtelling
Belastingadvies
BTW


Het einde van het jaar nadert en 2019 staat alweer voor de deur. Daarom is het goed om na te gaan wat je op het gebied van de administratie dit jaar nog moet regelen. Sommige zaken kunnen niet wachten tot 2019, maar andere zaken vragen juist om uitstel tot in het nieuwe jaar. Er zijn in ieder geval diverse zaken die om je aandacht vragen. 

 

deFinanseurs hebben alle belangrijke aandachtspunten voor je op een rijtje gezet, zodat je weet hoe je zowel bij de afsluiting van 2018 als bij de start van het nieuwe jaar alles op orde hebt.

Lage btw-tarief van 6% naar 9%

Het lage btw-tarief gaat vanaf 2019 van 6% naar 9%. Het kan interessant zijn afspraken te maken met je afnemers of leveranciers over het in 2018 vooruit betalen of factureren van prestaties die onder het verlaagde tarief vallen.

 

Houd er wel rekening mee dat offertes die in 2018 opgesteld worden voor goederen of diensten die pas in 2019 betaald gaan worden, daar wel al het nieuwe tarief van 9% moet worden gebruikt. Wanneer er in 2018 al betalingen plaatsvinden voor diensten of goederen die in 2019 plaats gaan vinden, dan kan het 6% tarief nog gehanteerd worden.

 

Optimaal gebruikmaken van investeringsaftrekken 

Wanneer er in 2018 meer dan € 2.301,- is geïnvesteerd, kom je in aanmerking voor de Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Een aanschaf vanaf € 450,- exclusief btw telt mee als de investering, met uitzondering van personenauto’s, bedrijfsmiddelen die bestemd zijn voor verhuur en goodwill.

 

Het kan dus lonen om te kijken hoeveel er afgelopen jaar is geïnvesteerd en of je deze grens bereikt hebt. Misschien kun je door nu nog een kleine investering te doen in aanmerking komen voor de investeringsaftrek. Beoordeel samen met één van onze Finanseurs of het wenselijk is te wachten met investeringen tot na 1 januari 2019. Als tijdstip van investering geldt het moment waarop je de verplichtingen tot aanschaf of verbetering van het bedrijfsmiddel aangaat.

Debiteur betaalt niet, vraag de btw terug

Als een debiteur niet betaalt, kun je onder omstandigheden de btw terugvragen die je hebt afgedragen aan de Belastingdienst.

 

Let er alleen wel op dat als je afspraken maakt met je debiteur omtrent de betaling van de factuur, de vordering wordt omgezet kan worden in een lening. In dat geval kun je geen teruggaafverzoek indienen bij de Belastingdienst. Alvorens je een betalingsregeling voorstelt, dien je dus goed na te gaan of de debiteur uiteindelijk aan zijn verplichtingen zal voldoen of niet. Je moet het verzoek om teruggaaf tijdig indienen. Dat betekent binnen een maand nadat duidelijk is dat de afnemer niet betaalt. Uiterlijk één jaar na het opeisbaar worden van de vordering wordt geacht dat de debiteur niet meer zal betalen en kan de btw teruggevraagd worden.

Keuze auto zakelijk of privé

Als je een auto zowel zakelijk als privé gebruikt, kun je er onder omstandigheden voor kiezen de auto als privé- of als ondernemingsvermogen aan te merken. Deze ‘etiketteringskeuze’ moet voor de inkomstenbelasting en de omzetbelasting afzonderlijk worden gemaakt. Bij deze keuze moet rekening worden gehouden met factoren als privébijtelling, aftrek van omzetbelasting, correctie omzetbelasting wegens privégebruik, gereden kilometers, brandstof en verzekeringen. Eén van onze Finanseurs kan je helpen bij het maken van je keuze.

 

Auto van de zaak (werknemer)

Indien je een auto ter beschikking krijgt van de werkgever, dan bedraagt de bijtelling (in 2018) voor privégebruik 22% van de cataloguswaarde. Voor nulemissieauto’s (auto’s die geen CO2 uitstoten, in de regel volledig elektrische auto’s) bedraagt de bijtelling 4% gedurende de eerste 60 maanden na aanschaf. Voor auto’s die meer dan vijftien jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen geldt de waarde in het economische verkeer als grondslag en een bijtelling van 35%. Vanaf 2019 vallen nieuwe nulemissieauto’s onder het reguliere bijtellingspercentage van 22% voor zover de cataloguswaarde meer dan € 50.000,- bedraagt. De korting wordt dus gemaximeerd op €9.000,-. De enige uitzondering hierop geldt voor auto’s die  rijden op waterstof: deze blijven volledig onder het verlaagde bijtellingspercentage vallen. De datum van de eerste tenaamstelling in het kentekenregister is bepalend voor de hoogte van de bijtelling.

 

Urencriterium voor zelfstandigenaftrek 

De zelfstandigenaftrek bedraagt € 7.280,- (€ 3.640,- als op 1 januari de AOW-leeftijd is bereikt). Van de in een kalenderjaar totaal beschikbare tijd voor het verrichten van werkzaamheden moet 50% of meer zijn besteed aan het drijven van een (of meer) onderneming(en), met een minimum van 1.225 uren. Voldoe je niet aan dit urencriterium, dan heb je geen recht op de zelfstandigenaftrek en ook niet op de speur- en ontwikkelingsaftrek (S&O-aftrek), de meewerkaftrek en de FOR. Ben je starter, dan geldt een verhoogde zelfstandigenaftrek en niet de voorwaarde dat 50% of meer van de tijd aan de onderneming moet worden besteed (wel nog steeds ten minste 1.225 uren). Ben je starter en heb je recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, dan is een tijdsbesteding van minimaal 800 uren aan je onderneming voldoende. 

Aftrek onderhoudskosten monumentenpanden: laatste kans

Als je in een rijksmonumentenpand woont of een dergelijk pand bezit, is in 2018 nog 80% van de onderhoudskosten voor het monumentenpand aftrekbaar. De fiscale aftrek voor onderhoud aan monumentenpanden wordt echter per 1 januari 2019 afgeschaft. Voor particuliere eigenaren van een monumentenpand met een woonfunctie komt er een aparte subsidieregeling. De kosten die worden gesubsidieerd kunnen zowel betrekking hebben op onderhouds- als op restauratiewerkzaamheden. In de periode van 1 maart tot 30 april, volgend op het kalenderjaar waarin het onderhoud is verricht, moet de subsidie worden aangevraagd. 

 

Het subsidiepercentage bedraagt over 2019 en 2020 38%. Dit subsidiepercentage zal in ieder geval in de (uitkerings)jaren 2020 en 2021 niet worden verlaagd. Vanaf 2022 gaat het percentage naar 35% en bij een onverhoopt tekort aan budget gaat het subsidiepercentage naar beneden. Worden de werkzaamheden verricht en betaald voor 1 januari 2019, dan geldt de fiscale aftrek. Worden de werkzaamheden verricht en betaald op of na 1 januari 2019, dan geldt de subsidieregeling. Het verdient dus aanbeveling om onderhoudswerkzaamheden aan onderdelen die niet voor subsidiëring in aanmerking kunnen komen te laten verrichten voor 1 januari 2019 indien dit nog mogelijk is, en in ieder geval de facturen voor werkzaamheden die verricht zijn in 2018, zekerheidshalve ook in 2018 te betalen.

 

Betaal je hypotheekrente maximaal zes maanden vooruit 

Vanaf 2014 wordt het maximale percentage waartegen de hypotheekrente over de eigenwoningschuld in de hoogste schijf kan worden afgetrokken jaarlijks met 0,5% verlaagd. De hypotheekrenteaftrek bedraagt zo in 2018 maximaal 49,5% en in 2019 maximaal 49%. Indien je de hypotheekrente voor volgend jaar al in 2018 betaalt, kun je deze onder bepaalde voorwaarden ook in 2018 al aftrekken. Dit kan dus tot een hogere aftrek leiden. Dit geldt slechts voor maximaal zes maanden vooruitbetaalde rente.

Schenkingsvrijstelling

In 2018 zijn schenkingen door ouders aan kinderen tot de volgende bedragen vrijgesteld van schenkbelasting: 

Kind: € 5.363,- 

Kind tussen 18 en 40 jaar (eenmalig) naar keuze: 

- ter vrije besteding € 25.731,- 

- voor studie € 53.602,-

- voor eigen woning € 100.800,- 

 

Voor de eenmalig verhoogde vrijstelling komt het kind in aanmerking, mits daarop een beroep wordt gedaan in de aangifte schenkbelasting (en je nog niet eerder een beroep op deze vrijstelling hebt gedaan). Indien het kind niet maar zijn partner wel aan de voorwaarden voldoet, kun je als (schoon)ouders wellicht ook gebruikmaken van de verhoogde vrijstelling. Je moet deze aangifte indienen voor 1 maart 2019. 

 

Houd er rekening mee dat met ingang van 1 januari 2017 de eenmalige vrijstelling voor een schenking die verband houdt met de eigen woning (weer) is verhoogd, waarbij de beperking dat de schenking moet zijn gedaan door een ouder aan een kind is vervallen. Het overgangsrecht is ingewikkeld; welke bedragen exact nog belastingvrij mogen worden geschonken hangt af van welke bedragen je in welke jaren voor welke doeleinden hebt geschonken.

 

Maak gebruik van de kleine ondernemersregeling

Als je op jaarbasis minder dan € 1.883,- aan omzetbelasting verschuldigd bent, kun je gebruikmaken van de kleine ondernemersregeling. Op basis van deze regeling hoef je een deel van de omzetbelasting niet te betalen. Als je op jaarbasis minder dan € 1.345,- aan omzetbelasting verschuldigd bent, ben je in het geheel geen omzetbelasting verschuldigd. Deze regeling geldt niet voor rechtspersonen zoals een bv.

 

Vragen hierover of op zoek naar ander belastingadvies, hypotheekbemiddeling of een financiële planning? Neem dan gerust vrijblijvend contact op met één van onze Finanseurs.





Wil je ons iets laten weten?

Heb je een opmerking, suggestie of vraag over onze service of onze website, voel je dan vooral vrij ons dit te laten weten!

Neem contact met mij op:
Niet nodig       Per telefoon       Per e-mail

Feedback